Bij het woord ‘creativiteit’ gaan mijn voelsprieten op standje 200. Ik ben tenslotte een echte CreaBea. In een podcast (sorry, weet niet meer welke maar ik was vast aan het haken) werd een stelling aangehaald dat een beschaving in verval raakt op het moment dat het zijn creatieve vermogen verliest.
Daar moest ik meer van weten!
En natuurlijk uitzoeken hoe we dan creatief blijven?
Het werd een deep dive, hier gaan we.
Creativiteit en succesvolle beschavingen
De stelling kwam van de Britse historicus Arnold Toynbee, uit zijn boek ‘ Study of History’. Lekker breed onderwerp. Het is ook niet één boek maar een 12-delig onderzoek naar de opkomst en verval van tientallen beschavingen.
Ik heb het zelf niet gelezen en dit doet vast geen recht aan zo’n uitgebreid onderzoek… maar de conclusie van Toynbee lijkt als volgt:
Opkomst beschaving, creatieve ideeën
Een succesvolle beschaving begint met een relatief kleine groep mensen die nieuwe ideeën ontwikkelt, daarmee experimenteert en zo anderen inspireert om mee te doen.
Een creatieve groep dus die oplossingen verzint.
Omslag, creativiteit stagneert
De omslag komt als de groep vasthoud aan haar eigen creatieve succes.
In plaats van nieuwe oplossingen verzinnen gaan ze:
- bestaande systemen beschermen
- regels uitbreiden
- tradities heilig verklaren
Ze proberen het succes en de macht die ze hebben vast te houden.
Verval, verlies van creativiteit
Het verval ontstaat bij het verlies van creativiteit:
- imitatie (of herhaling) is belangrijker dan vernieuwing
- bureaucratie wordt belangrijker dan ondernemen
- status wordt belangrijker dan nieuwsgierigheid
- controle wordt belangrijker dan experimenteren
Nieuwe problemen worden opgelost met oude oplossingen (wat niet werkt) en het oude wordt krampachtig vastgehouden. Klem gezet. Er is geen vernieuwing.
Het volk wordt hiervan het dupe en gaat protesteren. Het tonen van macht en controle wordt alleen maar groter om het volk in bedwang te houden.
Dit stopt álle creativiteit…
Problemen worden niet opgelost maar doorgeschoven.
Het aanpasbare vermogen van het volk verdwijnt waardoor het ten onder gaat.
Creativiteit in de huidige samenleving
Creativiteit is een voorwaarde voor een succesvolle samenleving. Zonder creativiteit verlies je flexibiliteit om je aan te passen en mee te bewegen met nieuwe omstandigheden.
Dit speelt volgens mij niet alleen in beschavingen. Bedrijven en individuele mensen stagneren ook bij het verlies van creativiteit. Dan zeggen we dat een bedrijf ‘niet met zijn tijd is meegegaan’, ze zijn het oude trucje blijven herhalen wat een op gegeven moment niet meer werkt. Precies wat Toynbee omschrijft.
Kijk naar de V&D die omviel. De Hema heeft zich op tijd de andere kant op kunnen sturen en (lijkt) het nu goed te doen. Ik ben in ieder geval fan van de Hema en moet altijd lachen om hun gevatte reclameposters.
Het belang van creativiteit wordt steeds meer gezien.
Het World Economic Forum bracht in 2025 een rapport waarbij ‘creatief denken’ op nummer 4 staat van de belangrijkste skills tot 2030. De twee skills ervoor zijn: ‘veerkracht, flexibiliteit en wendbaarheid’ en ‘nieuwsgierigheid en levenslang leren’.
Allemaal creativiteit!
Maar moeten we nu met z’n allen gaan punniken?
Wat ís dan eigenlijk creativiteit?
Ik word vaak bestempeld als een creatief persoon. Als kind al fröbelde ik met allerlei papiertjes en kleurtjes. En nog steeds. In mijn kantoor hangen bijvoorbeeld 736 kraanvogels. (ja het plan was ooit 1000)
Het ziet er kleurrijk en creatief uit.
Maar het ís níet creatief!
De origami kraanvogel is een vouwtechniek. Een serie handelingen die je bij wijze van spreke door een robot kunt laten doen. Als je die vouwtechnieken voor iets ánders kunt gebruiken, dan wordt het creatief.
Nasa medewerkers ontwikkelden met origami technieken een compact opvouwbaar zonnepaneel om mee te nemen met hun ruimtemissies.
Creativiteit is volgens de Van Dale: scheppingsvermogen.
Oftewel, het vermogen om iets nieuws te bedenken.
Dat ontstaat bijvoorbeeld door twee compleet verschillende vakgebieden of technieken met elkaar combineren. De reden dat generalisten en ook multidisciplinaire teams vaak als vruchtbare basis worden gezien voor creativiteit.
Hoe werkt creativiteit dan
Rory Sutherland (een corpulente marketingmeneer met Britse humor) riep laatst tijdens een speech dat iedere designer die beweert dat ie een ontwerpproces heeft liegt dat ie barst. Of iets dergelijks, want hij spreekt Engels en geen Nederlands.
Het was een zaal met ontwerpers en iedereen moest lachen. Want hij heeft gelijk. Ontwerpen heeft geen proces. Het is één grote chaos tot je ineens weet wat de oplossing is. Dat kan een paar uur duren, en ook gerust een paar dagen of langer.
Maar goed, daar wordt je klant of je baas enorm onrustig van dus dat zeggen we maar niet.
Hoe maak je het concreter?
Wonder en Rigor
Natalie Nixon legt in haar boek The Creativity Leap het creatieve proces uit met Wonder en Rigor. Bedrijven zeggen innovatief te zijn maar omzeilen het creatieve proces. Creativiteit is ongrijpbaar en onvoorspelbaar. Om écht innovatief te zijn zul je de onzekerheid en de onduidelijkheid van creativiteit moeten accepteren. Je moet ‘in het diepe springen’, vandaar de titel ‘The Creativity Leap’.
Ze ziet creativiteit als een wisselwerking tussen Wonder en Rigor.
Wonder is het dagdroom gedeelte, jezelf verwonderen. Je openstellen voor meerdere antwoorden en denken over “what if…”.
Rigor zijn de strakke regels, het keurslijf waar het in moet passen en de training en het harde werken dat nodig is om het voor elkaar te krijgen.
Ze legt het mooi uit met dansen. Een danser wordt eerst jaren getraind met basisvaardigheden. Je moet eerst de technieken beheersen. Daarna kun je de dans artistiek vormgeven. Haar docente leerde haar dat je eerst ‘the box’ moet kennen voordat je ‘outside of the box’ kunt denken.
Het ‘wonder’ gedeelte is niet te plannen, daar is flexibiliteit voor nodig. Het ‘rigor’ gedeelte, de uitvoering, dat is wel te plannen. En dat is het deel waar veel mensen en bedrijven zich aan vasthouden. Dat is creativiteit dat niet compleet is, niet écht vernieuwend.
Hoe doe je dan dat ‘wonder’ gedeelte?
Mijn creatieve verwondering ziet er zo uit.
Open en nieuwsgierig zijn, daar begint het mee. Je laten verassen door andere ideeën zonder er direct een oordeel over te hebben. Ik heb een hoofd vol met idiote feiten waar ik niks mee kan, totdat ze spontaan komen opborrelen op het juiste moment.
Om creativiteit te laten opborrelen en open te zijn werken bij mij de volgende processen.
Schetsen en pingpongen
Creativiteit is vooral doen, proberen en het resultaat eerst nog loslaten. Weten dat je het nog niet weet en zo een idee laten ontstaan.
Lekker schetsen en daarbij zoveel mogelijk ideeën produceren. Probeer andere technieken en pingpong ze heen en weer. Draai de boel ondersteboven, voeg lompe grapjes toe en laat ‘foutjes’ staan. Het allerbelangrijkste is om je oordeel achterwege te laten.
Alles is goed en alles mag meedoen. Een ongelukje kan zomaar een gouden vondst zijn. Pen en papier werkt voor mij het beste. In een software programma kan ook (Illustrator of Figma bijvoorbeeld) maar daar voel ik me beperkter dan op papier.
Prutsend mijmeren
Ik moet prutsen. Nadenken terwijl mijn handen iets doen.
Tekenen, haken, borduren, kleuren.
Het patroon moet ingewikkeld genoeg zijn dat ik mijn aandacht erbij moet houden. Tegelijk moet het makkelijk repeterend zijn zodat ik een deel van mijn hoofd als het ware los kan laten. Die moet vrij kunnen bewegen, kijken naar wat langskomt, mijmeren en fantaseren. Daar krijg ik ineens een ingeving die ik dan moet opschrijven, en dan pruts ik weer verder.
Officieel heet dit contempleren.
Iets compleet anders doen
Als ik vastloop of de flow is eruit, dan kan ik het beste iets compleet anders gaan. Niet proberen er nog over na te denken. Echt loskomen van waar ik mee bezig was. Ik ga wandelen, ramen zemen, onkruid wieden (mijn man is heel blij met zo’n bui).
Of ik doe een mini-artist-date (voor wie The artist way kent), een rondje door de Hema en de boekenwinkel. Daar knap ik zo van op!
Voelen, je intuïtie volgen
Het magische moment. Tijdens al die processen wéét ik wanneer ik de juiste kant op ga. Ik voel het in mijn lijf. Het is een soort frequentie waar mijn hart op mee resoneert. Als die mee gaat doen, dan zit ik goed.
Dat is dus het vage gedoe van creativiteit.
En jouw creativiteit?
Hoe creatief ben je écht?
Maak jij ruimte voor verwondering?
Of herken je na het lezen dat je te veel vasthoud aan oude oplossingen.
Te veel ‘rigor’ en weinig ‘wonder’?
Wat ga je doen om creatiever te worden?
De samenleving rekent op je!
(no pressure)

