De donker gekleurde dames die ons net nog uitlachten en nazwaaide vanaf de kant begonnen plots te gillen.
“Hippo, hippóóó”
Ik volg hun wijzende vingers en kijk recht in een gapende gat met vier joekels van geel witte slagtanden. Het nijlpaard komt met een woeste boeggolf op ons af galopperen.
“Forward, forward” klinkt het commando.
De peddel die net nog ongemakkelijk voelde in mijn handen pak ik stevig beet. Rechterhand op de kop, linkerhand aan de steel. Ik buig naar voren en steek de groene schoep tot twee derde in het water en trek hem zo hard als ik kan naar me toe.
En nog een keer, en nog een keer.
“Forward, forward, forward.”
Het commando wordt een ritme.
Alles vertraagd.
Het gegil van de locals verstompt naar de achtergrond.
“Forward.”
We gingen hier rustig wat slagtechnieken oefenen. Voordat de kolkende rivier begint.
“Forward.”
De locals waarschuwden ons al voor de hippo. We lachten erom.
“Forward.”
Is dit het dan. Bea kwam aan haar einde tijdens het raften in Kenia. Verzopen door een nijlpaard.
“Forward.”
Ik kan nog hard zwemmen. Maar shit, die krokodillen
“Forward.”
Waren dan vast ook geen grap
“Forw… oh we’re okay people.”
Ik schud mezelf weer tot leven.
Het water is kalm, geen nijlpaard te zien.
Dan roept de instructeur van achter:
“Well folks, that was the forward stroke. You did very well. Let’s practice the other ones.”
